Hoogbegaafdheid
Hieronder vind je een lijst van
signalen die mogelijk op hoogbegaafdheid kunnen wijzen.
1. Wat is hoogbegaafdheid?
Om van hoogbegaafdheid te kunnen spreken moeten er drie kenmerken aanwezig zijn.
- hoge intelligentie
- grote creativiteit
- een grote volharding en taakgerichtheid
2. Signalen die veel voorkomen bij hoogbegaafde kinderen:
- vroege belangstelling voor lezen en rekenen (voor de lagere schooltijd)
- dingen snel begrijpen en een hoog werktempo
- creativiteit in spel en probleemoplossingen
- uitstekend taalgebruik
- grote mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid
- taakgericht en geconcentreerd werken
- een goed logisch denkvermogen
- sterke interesse voor bepaalde onderwerpen (vb. ruimtevaart of geschiedenis)
- grote nieuwsgierigheid en leergierigheid
3. Mogelijke problemen bij hoogbegaafde kinderen:
- verlies van motivatie door een gebrek aan stimulatie
- soms gaan hoogbegaafde leerlingen zich isoleren
- onder zijn/haar niveau presteren (onderpresteren)
4. Wanneer is hulp nodig?
- dalende of wisselende schoolresultaten
- bij blijvend onderpresteren
- is slecht of niet meer te motiveren
- veel hoofdpijn of buikpijn
- depressieve gevoelens
- het verdwijnen van de vroegere interesses
- verlies van spontaniteit
1. Wat is hoogbegaafdheid?
Onderzoek heeft aangetoond dat er geen vanzelfsprekend verband bestaat tussen een hoog IQ en bijzondere prestaties. Hoge intelligentie blijkt geen garantie te zijn voor hoogbegaafdheid, het is wel een onderdeel van hoogbegaafdheid. Om hoogbegaafd te zijn moet men aan drie voorwaarden voldoen. Men moet hoge intellectuele capaciteiten hebben, men moet creatief zijn en een grote volharding en taakgerichtheid aan de dag leggen.
De intellectuele capaciteiten van iemand zijn te testen met de alom gekende IQ –testen.
Creativiteit is zeer moeilijk te meten, men kan wel indicaties geven voor de aanwezigheid ervan. Leerlingen zijn bijvoorbeeld flexibel, origineel en vindingrijk in het oplossen van problemen. Ook zelfstandigheid en weetgierigheid in de aanpak en benadering van allerlei problemen en vraagstukken vallen hieronder.
Dit heeft alles te maken met motivatie, doorzettingsvermogen en de wil om een bepaald doel te bereiken.
Pas als alle drie de onderdelen aanwezig zijn, kunnen we van hoogbegaafdheid spreken.
Volgens sommige wetenschappers spelen de sociale omgeving: het gezin, de school en leeftijdsgenoten ook een grote rol. De sociale omgevingsfactoren geven volgens hen de doorslag in het al dan niet tot ontwikkeling komen van hoogbegaafdheid.
2. Kenmerken van hoogbegaafde kinderen op de basisschool
1)Een vroege belangstelling voor het leren van de intellectuele vaardigheden zoals lezen en rekenen.
Als hoogbegaafde leerlingen de kans krijgen en gestimuleerd worden, beheersen zij deze vaardigheden reeds op zeer jonge leeftijd, vaak ver voordat ze er echt methodisch in onderwezen worden. Het negeren van deze belangstelling op jonge leeftijd is sterk af te raden en werkt in ieder geval remmend op de belangstelling van het kind.
2)Een vroege uitgesproken interesse voor specifieke wereldoriënterende onderwerpen.
Deze belangstelling is vaak gericht op het verleden of de toekomst, zoals de préhistorie of de astronomie. Maar ook ruimtevaart en informatica zijn vaak interessegebieden.
3)Vroeg blijk geven van een vermogen om logisch te denken, snel te begrijpen, begrippen vlot toe te passen en er met fantasie mee om te gaan.
Het laten zien van wat je weet en kent komt daarbij vaak voor. De omgeving kan dit niet altijd waarderen. Het risico bestaat dat leerkrachten en klasgenoten de hoogbegaafde leerling gaan bestempelen als ‘haantje de voorste’ of ‘meneertje weetal’.
4)Een grote mate van energie en dadendrang.
Hoogbegaafde kinderen die met iets bezig zijn wat hun bijzondere interesse opwekt, storten zich vaak met ongekende energie op zo’n onderwerp. In korte tijd willen ze er alles van weten. Deze dadendrang kan ook tot uiting komen op school bij bepaalde onderwerpen. Belangrijk is het om daar aandacht aan te schenken en er zinvol gebruik van te maken.
5)Creativiteit in spel.
Hoogbegaafde leerlingen tonen vaak meer variatie in hun spelkeuze en kunnen intens en langdurig al vrij ingewikkelde rollenspelen bedenken. Vaak nemen ze de leiding van het spel in handen of organiseren ze zelf spelactiviteiten of clubjes.
6)Uitstekend taalgebruik.
De taal omvat reeds zeer vroeg een goede zinsbouw, een rijk en gevarieerd woordgebruik, het gebruik van abstracte woorden en begrippen en een zeer goed vermogen om verbaal kennis en gevoelens te kunnen uiten.
7)Een grote mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
Hierbij worden veel eigen initiatieven en beslissingen genomen.
Deze kenmerken kan een leerkracht vaak op grond van eigen observaties signaleren. Dit geldt echter alleen voor hoogbegaafde leerlingen die zich harmonisch ontwikkelen en op een vrij hoog niveau presteren. Bij sommige kinderen verloopt de ontwikkeling niet zo harmonisch.
3. Mogelijke problemen van hoogbegaafden
Hoogbegaafden vertonen bepaalde eigenschappen, die bij gebrek aan begrip vanwege ouders, kleuterleidsters, leerkrachten en zelfs bij medeleerlingen tot ernstige moeilijkheden kunnen leiden. Hieronder vind u een lijst met mogelijke problemen.
· Bij hoogbegaafden houdt de verstandelijke ontwikkeling geen gelijke tred met de lichamelijke ontwikkeling. Er ontstaat een kloof met gewone kinderen op het vlak van de mentale ontwikkeling. Daarom is het moeilijk om zich binnen de eigen leeftijdsgroep in zijn sas te voelen.
· Hoogbegaafden leren doorgaans vrij snel intellectuele vaardigheden aan zoals lezen en schrijven. Als dit niet gestimuleerd wordt in de omgeving bestaat de kans dat we een omgekeerd effect krijgen namelijk het niet meer lezen en schrijven.
· Het gewone leerstofjaarklassensysteem kan demotiverend werken voor hoogbegaafden. Ze slaan een aantal leerstappen over en komen veel sneller tot inzichten dan de gemiddelde leerling. Dit heeft als gevolg dat de lessen vaak als saai ervaren worden.
· Hoogbegaafden komen vaak als arrogant over wat door de omgeving dikwijls niet geaccepteerd wordt.
· Wanneer een hoogbegaafde op onbegrip stuit in de omgeving bestaat de kans dat hij/zij zich gaat isoleren en vereenzamen.
· Hoogbegaafde kinderen hebben een groter moreel besef dan andere kinderen. Ze maken zich veel meer zorgen dan andere kinderen.
· Hoogbegaafde kinderen worden vaak niet begrepen door leeftijdsgenoten, dit leidt bijna onvermijdelijk tot teleurstellingen.
4. Observatielijst met signalen die gemakkelijk te herkennen zijn.
Vooral in de schoolsituatie:
Vooral thuis te merken:
Deze signalen kunnen aan bod komen tijdens een eventueel gesprek met de ouders.
Het is heel goed mogelijk dat u een aantal van de bovengenoemde kenmerken vroeger wel gezien hebt, maar dat het kind ze in de loop der jaren kwijt geraakt lijkt te zijn. Dit kan een signaal zijn dat het kind aan het onderpresteren is.
Signalen bij onderpresteerders:
§ lichamelijke signalen zoals allergieën, eczeem, hoofdpijn, buikpijn (vooral bij meisjes)
§ expressief of agressief naar buiten treden (vooral bij jongens)
§ lastig en onaangepast gedrag
§ voortdurend om aandacht vragen
§ ontwikkelingsstagnatie, of zelfs regressie
§ negatieve aandacht vragen door bv. dingen expres fout te doen
§ bij meer ingewikkelde vragen geeft de leerling vaak het goede antwoord
§ minder goede resultaten behalen
§ zeer wisselende schoolresultaten
§ zeer laag werktempo
§ vertoond geen enkel initiatief meer
§ vroegere interesses lijken verdwenen te zijn
§ kind wil niet meer naar school
§ is slecht of helemaal niet meer te motiveren
§ verlies van spontaniteit
§ terugtrekken
§ depressieve gevoelens
5. Wanneer is hulp nodig?
Soms is het duidelijk dat het kind niet goed in z’n vel zit: agressief, onhandelbaar gedrag, niet voor rede vatbaar zijn, huilen, niet meer naar school willen enz. Maar soms lijkt het kind goed te functioneren, het klaagt niet, si misschien alleen wat stil. Niet altijd hebben de ouders of de leerkracht dan door dat het niet goed gaat met het kind.
Een aantal mogelijke signalen:
1. zeer wisselende resultaten op school
2. dalende lijn in schoolresultaten
3. is op school een totaal ander kind dan thuis
4. omgekeerde ontwikkelingsdrang
5. vroegere interesses lijken weer verdwenen te zijn
6. kind wil niet meer naar school
7. is slecht of helemaal niet meer te motiveren
8. verlies van spontaniteit
9. terugtrekken
10. agressiviteit
11. veel buikpijn, hoofdpijn
12. depressieve gevoelens
(zie ook lijst onderpresteerders)
6. Begeleiding van hoogbegaafde kinderen
Op school:
De hoogbegaafde leerling doorloopt de normale leerstof in kortere tijd dan de gewone leerlingen. Hierop kan de school op verschillende manieren reageren.
1)Een klas laten overslaan: dit is voor een leerling nauwelijks ingrijpend,
de leerling wordt immers aan het begin van een schooljaar niet één maar
twee klassen hoger geplaatst. Nadeel hiervan kan zijn dat de leerling in
een hogere leeftijdsgroep terechtkomt en minder aansluiting vindt bij
deze kinderen. Toch wijst de ervaring uit dat hoogbegaafde leerlingen
ook in hun sociaal-emotionele ontwikkeling vaak verder staan en ze dus
beter aansluiting vinden bij oudere kinderen.
2)De leerstof in een sneller tempo laten doorlopen: de tijd die een
leerling overhoudt, kan benut worden door leerstof van een hoger niveau
of van een volgende klas aan te bieden. Voordelen van versnelling zijn
onder meer dat de hoogbegaafde leerling in zijn eigen tempo kan
doorwerken, geen uitleg hoeft te aanhoren over dingen die hij al lang
begrijpt, vaardigheden kan aanleren om zelfstandiger met de leerstof om
te gaan en tijdswinst kan benutten om met zinvolle, verrijkende leerstof
aan het werk te gaan. Er zijn echter ook nadelen; het is een bijkomende
last voor de leerkracht, er ontbreekt materiaal voor zelfinstructie, het
alleen moeten werken kan saai zijn en is niet bevorderlijk voor het
sociaal contact.
3) Aanbieden van verrijkende en motiverende opdrachten: men kan de
hoogbegaafde leerling opdrachten aanbieden die complexer zijn en een
uitdaging bevatten nadat de gewone leerstof is gezien. Men moet
trachten ruimte te voorzien voor meer zelfstandige activiteit en het
meer zelf plannen van de leeractiviteiten. Contractwerk leent zich
bijvoorbeeld uitstekend voor deze manier van werken.
4) Part-time onderwijs in een hogere klas: hoogbegaafde leerlingen
zouden enkele vakken zoals bijvoorbeeld wiskunde en taal in een hogere
klas kunnen volgen terwijl de rest van de vakken in de gewone klas wordt
gevolgd. Het probleem ligt hier veelal op het organisatorische vlak.
Thuis:
Thuis zijn de problemen vaak
beperkt.
Als de hoogbegaafdheid maar gestimuleerd wordt en niet afgeremd.
Wat kunnen we thuis doen opdat een hoogbegaafd kind zich goed voelt
1) het kind onvoorwaardelijk aanvaarden
2) Duidelijke regels vooropstellen die consequent worden toegepast (van toepassing voor alle kinderen) . Gebruik redelijke argumenten.
3) Vergelijk het kind niet met anderen maar met zichzelf. Beloon het kind niet voor de prestatie 10/10 maar voor de inspanning die het leverde in vergelijking met vroeger?
4) Behandel het kind niet als volwassene maar wel op het peil waarop het werkelijk staat.
5) Er is een verschil tussen opfokken en stimuleren. Dwang tot leren is uit den boze! De kinderen zijn uit zichzelf leergierig genoeg.
6) Betrek uw kind bij buitenschoolse activiteiten zoals muziekschool, tekenschool, schaken, sport, enz…
7) Bescherm het kind tegen overperfectionisme. Zichzelf hoge eisen stellen is goed als dit maar niet leidt tot onrealistisch hoge eisen.
8) Geef het kind uitleg over de gaven die ze hebben. Leg uit waarom de omgeving soms negatief reageert.
9) Probeer een klankbord te zijn voor je kind. Het kind moet zijn ontdekkingen, initiatieven ergens kwijt kunnen.
7.
Bibliografie
Organisaties:
hoogbegaafde kinderen en adolescenten
Secretariaat BEKINA: Jan Olieslagersstraat 36
2100 Deurne
(03) 322 71 27
C.B.O. Antwerpen UFSIA
Het Brantijser
Sint – Jacobsmarkt 9 – 13
2000 Antwerpen
tel: (03) 220 46 83
fax: (03)220 47 28
Mensa Be
Peter Kravanja
Boomkwekerijstraat 14
1000 Brussel
tel (0) 494 16 53 99
Interessante boeken :
1) C. D’Hondt en H. Van Rossen
Hoogbegaafde kinderen op school en thuis,
een gids voor ouders en leerkrachten
Leuven, Garant 2000 , 130 pp.
ISBN 90 – 5350 – 801 – 5
2) F. Mönks & I. Ypenburg
Hoogbegaafde kinderen thuis en op school
Kluwer, Editorial
3) S. Drent
Hoogbegaafde kinderen kunnen meer.
Praktische richtlijnen voor verbreding in het basisonderwijs.
Voorschoten, Ajodakt 1998
4) Hoop, F. en Janson D.J.
Omgaan met (hoog)begaafde kinderen
een andere kijk op hoogbegaafdheid in school en gezin
Nijkerk, Intro 1993
Interessante sites: