
Het leergebied
Wereldoriëntatie
heeft binnen het basisonderwijs een eigen identiteit.
In algemene termen gaat het om het volgende:
Met 'Wereldoriëntatie' (wereldoriënterend
onderwijs) verwerven kinderen kennis en inzicht in
zichzelf, in hun omgeving en in hun relatie tot die
omgeving, verwerven zij vaardigheden om in interactie te
treden met die omgeving en worden zij gestimuleerd tot
een positieve houding ten aanzien van zichzelf en hun
omgeving.
Het begrip 'omgeving'
moet hier in een ruime betekenis worden begrepen. Het
verwijst zowel naar de fysische als de sociale en
culturele omgeving van de kinderen.
Deze algemene
omschrijving van WO zegt nog niet welke inhoudelijke
domeinen aan bod moeten komen, wil een kind de wereld
gaandeweg beter begrijpen. Ze zegt ook niet over welke
competenties een kind moet beschikken om in de wereld te
kunnen functioneren. Om die te kunnen afleiden moet men
een aantal criteria hanteren. Welke criteria dit zijn,
hangt af van de invalshoek die men kiest. Vier opties:
het kind zelf, rollen, de wetenschappen en de
samenleving.
(citaat
uit Onderwijs Vlaanderen)
|