Nederlands: taalbeschouwing - woordsoorten - lidwoorden.

  

In dit verhaal zijn de lidwoorden weggelaten.
Lees het verhaal met lidwoorden.
Kies uit: de, het of een. Vul de lidwoorden daarna in.


Mama is niet thuis. Jan zit in huiskamer boek te lezen.
Plots kondigt An aan: “ik ga cake bakken.” “Je mag niet in keuken”, bromt Jan zonder op te kijken.
boek is spannend.
Indianen hebben juist blokhut in brand gestoken, waarin held van het verhaal zit opgesloten.
Hoe zal hij zich daaruit redden? Jan slaat weer blad om.
Hij heeft dan ook niet in gaten dat An kamer is uitgegaan.
Hij keert pas weer tot werkelijkheid terug als zijn neus vreemde geur opvang.
Hij ruikt brand.
Jan springt overeind en rent naar keuken.
vieze walm komt hem tegemoet.
Gelukkig, hij ziet geen vlammen , maar in koekenpan ligt pannenkoek te verkolen.
Gauw draait hij gas uit.
aanrecht staat vol met schalen, kommen en pak zelfrijzend bakmeel.
An is er niet. “An, waar zit je”, roept Jan.
Dan hoort hij stemmetje.
“Op W.C., ik moest zo nodig, ben je erg boos?” “Ach nee, schiet nu maar op, we ruimen op voor mams dit ziet!”.
Maar mams ziet niets. Als ze uurtje later thuiskomt, ziet ze An met poppen spelen en Jan in boek verdiept.
Ze vind het alleen koud in huis. Dat klopt, want Jan had raam van de keuken wijd open gezet.

Les: pas op: gebruik nooit gasfornuis zonder dat je mama of papa erbij is!