Een oefening van de virtuele klas.
1. is niet gezond. (Roken of Rokken)2. Kun jij tot tien ? (telen of tellen)3. In onze tuin zitten veel . (molen of mollen)4. is iets laten zien. (Tonen of Tonnen)5. Met een mes is erg gevaarlijk. (steken of stekken)6. In het ijs zaten veel . (waken of wakken)7. Een is heel zielig. (staker of stakker)8. Planten staan vaak in . (poten of potten)